Hoe het echte van het valse onderscheiden?
Door het succes dat het Japans meubel sedert enkele jaren kent is spijtig genoeg een markt van de kopie en het over-gerestaureerd meubel ontstaan. Deze droeve tendens geldt niet alleen voor meubels, maar ook voor alle antiek, zowel Asiatisch als Europees. De meest nagemmaakten zijn natuurlijk deze die het meest en het duurst verkocht worden. Op de eerste plaats de kaidan en de mizuya, alsook de Sendai (isho) dansu met spectaculair ijzerbeslag.
In het algemeen is het Japans meubel niet afgewerkt aan de binnenzijde, niet gevernist, niet geboend. Als men een lade uittrekt moet het hout zijn natuurlijke kleur hebben en normale slijt (meer slijt bij de mizuya, want dagelijks gebruikt). De slijtage onder aan de lade moet ook zichtbaar zijn, zowel als op de plank eronder (Japanse laden rusten niet op dragers maar op planken die de ganze onderkant in beslag nemen. In deze planken van ceder of cipres kan men de groeven zien door slijt of ouderdom veroorzaakt. De laden zitten in elkaar bij middel van houten pennen soms in bamboe en zelden met de hand gemaakte nagels; rechthoekig of vierkant in de oudste stukken. Gedurende het Meiji tijdperk zijn de vierkante pennen en ook de nagels rond geworden. Begin der XXste eeuw wordt het een mengeling van industrieele nagels en houten pennen, voornamelijk aan de zijkanten van de laden.
|